De biodynamische teeltmethode ontstond in de jaren twintig van de twintigste eeuw als een reactie op de uitvinding van kunstmest. Op verzoek van boeren hield Rudolf Steiner rond Pinksteren van 1924 in Koberwitz een achttal voordrachten genaamd 'Geesteswetenschappelijke grondslagen voor een vruchtbare ontwikkeling van de landbouw' die gezien worden als de basis van de biodynamische landbouw. Steiner zag de aarde als een organisme dat een samenhang kent tussen dieren, planten, bodem en de kosmos en vreemde elementen (zoals chemische middelen) dient te vermijden.

In de biodynamische landbouw is de bodem de basis: de structuur en vruchtbaarheid worden versterkt en opgebouwd door dierlijke mest, compost, vruchtwisseling en de toepassing van preparaten. De integriteit van dieren staat centraal door ze te laten eten en bewegen naar hun eigen aard. Om de samenhang tussen mens, dier, plant en bodem te versterken, wordt er gestreefd naar een gemengde bedrijfsvoering.

Biodynamische voedingsproducten zijn in de winkel te herkennen aan het Demeter-keurmerk.

“Het spreekt mij aan dat biodynamische boeren de grond als een levend organisme zien. Ze voelen de waarde van grond en zorgen dat het schoon en puur blijft. Daardoor kunnen ze zien wat de natuur hen te vertellen heeft, en kunnen ze beter op de natuurlijke processen voortbouwen.”

Loes Gerritsen, donateur van Stichting Grondbeheer

U bent hier