
“Dat begint bij de dood van Provo, de protestbeweging die we in 1965 hebben opgericht, om de gevestigde orde te provoceren en wakker te schudden met ideeën over democratie, ecologie en kunst. Ik was het er niet mee eens om Provo op te heffen maar deed toch mee uit solidariteit met de anderen die dat wel wilden. Ik dacht: hemel, hoe moet het nu verdergaan met de revolutie? Ik was ervan overtuigd dat we Nederland en de wereld moesten veranderen met meer vrede en meer houden van de natuur. Ik werd ziek, ging in bed liggen en was ervan overtuigd dat ik doodging. Na drie maanden kwam de dokter langs en zei: je ligt te piekeren over de revolutie, je moet op een boerderij gaan werken. Toen schoot het woord ‘Loverendale’ bij mij binnen, als een toverwoord dat mijn leven zou gaan veranderen. Ik kende dat woord omdat mijn ouders volkoren brood van Loverendale aten. Ik zocht het telefoonnummer op en kreeg de boer aan de telefoon. Hij zei: je moet je baard afscheren, want daar houden de Christelijke boeren hier niet van. Ik dacht: ik wil beter worden, daar heb ik mijn baard wel voor over. Ik nam de trein naar Middelburg en ging als vrijwilliger aan de slag.”
“Een sprookjesachtige, nieuwe wereld. De tuinster Wilfriede Guépin stond daar in de moestuin en gaf mij het gevoel dat ze met iets ontzettend belangrijks bezig was. Ze was niet zomaar aan het wieden, ze was de wereld aan het veranderen. Aangezien ik nog nooit wat met mijn handen had gedaan, was ook dat een sensatie voor mij. Tot nu toe had ik alleen in woorden en ideeën geleefd, nu moest ik de heg snoeien en aanpoten, dat deed me erg goed. Ik voelde aan mijn lichaam dat ik beter kon worden en dat was precies wat ik wilde. Dat kwam ook door de inspiratie van Loverendale en de stimulerende en geneeskrachtige sfeer er omheen. Ik had een lange treinreis gemaakt maar niet voor niks. Het was een tijdreis naar lang geleden en tegelijkertijd naar de toekomst. Ik had het gevoel dat ik uit de stadstijd was gestapt in het ritme van de natuur, seizoenen en dagindeling. Het was vroeg opstaan en havermoutpap eten. Een van de monumentale dingen die ze er deden, was het bakken van sportkoeken. Dat waren heerlijke, ronde koeken met volkorenmeel en honing van tien centimeter doorsnee of zoiets. Die koeken gaven kracht en waren echt een groot succes. Ik heb ze nog persoonlijk gebakken samen met het personeel, dat aan de koekjeslijn stond. Een goede vriend van mij treurt er nog steeds om dat er geen sportkoeken meer zijn.”
“Loverendale was een openbaring voor me. Enerzijds voelde ik mij sterker worden omdat ik daar in de natuur stond. Anderzijds kreeg ik antwoord op mijn vragen. De boer Matthias Guépin legde mij uit hoe je goede oogsten kunt krijgen zonder gebruik van gif en kunstmest. Als Provo was ik vóór de natuur en tegen alles wat de natuur kan beschadigen. Ik zag dat biologische landbouw een belangrijk onderdeel is van de revolutie die we nodig hebben. Op een dag was ik aan het wieden op het aardappelveld. Op de naburige akker hoorde ik het gedreun van de aardappelloofklapper, die ze in die tijd gebruikten om het loof van de aardappels af te slaan, voordat de aardappels met de hand in manden gerooid worden. Het was tegen zonsondergang. Ik stond daar en zag boer Matthias het veld opkomen. Ik vroeg: bij ons moeten de piepers er ook uit, krijgen wij dan ook zo’n klapper? Hij zei: ben je gek geworden, je hoort toch wat een lawaai dat is? Dan verjagen we de kabouters! En daar moeten we het juist van hebben. We hebben de kabouters nodig voor de groei van onze gewassen. Toen wist ik meteen het volle antwoord op mijn kwellende vraag: ik ga met de kabouters verder! Ik moet een kabouterbeweging oprichten om Nederland te helpen aan een nieuwe visie op landbouw en maatschappij. Ik gaf de boer een hand en de volgende morgen ging ik terug naar Amsterdam. In de trein heb ik het eerste kaboutermanifest geschreven, waar ik nog steeds trots op ben en naar leef."
“We zetten kabouterwinkels op waardoor de omzet van biologische producten steeg. En natuurlijk gingen we verder met het witte fietsenplan, waar Provo mee was begonnen. Op initiatief van de kabouterbeweging is er een fietsbrug naar het Vondelpark gemaakt, zodat je door het groen naar het centrum kunt fietsen. Deze brug is recent omgedoopt tot Kabouterbrug. Het is de meest gebruikte en meest prettige fietsroute in Amsterdam. Onze actiegroep ‘wandelende tak’ maakte gaten in het asfalt en plantte daarin bomen. Ook pleitten we voor tuintjes op autodaken om de vieze uitstoot te compenseren. Dat waren symbolische ideeën, die wel effect hebben gehad. Amsterdam is de stad met het grootste fietspaden netwerk van de wereld. Als klap op de vuurpijl had de Kabouterpartij groot succes bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ik belde de boer: als gevolg van uw toespraak op de aardappelakker zitten er nu vijf kabouters in de gemeenteraad van Amsterdam. Ik was blij dat ik hem een wederdienst kon bewijzen voor zijn wijsheid. Hij was als een goeroe voor mij: de juiste man op het juiste moment. Nu had ik ook een hevige innerlijke behoefte aan zo’n verschijning in mijn leven en hij speelde die rol feilloos. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. Hij heeft mij zelfs zo geïnspireerd dat ik tien jaar later, na een politieke crisis, verder ben gegaan als biologische boer in Groningen. Dat had ik zonder mijn Loverendale-ervaring nooit gedaan.”
“De eerste keer, toen ik ziek was, heb ik zes weken op Loverendale meegewerkt. Dat heb ik zo fijn gevonden dat ik een jaar later in 1968 nog voor een maand ben teruggekomen. Het ging goed met de boerderij, had ik de indruk, en met de kabouters ging het ook goed. Matthias en ik hadden dus veel om over te praten en als gesprekspartners waren we blij met elkaar. In 2000 ben ik nog een keer terug geweest. Toen was hun zoon, Maarten Guépin, de boer. Hij had het overgenomen van zijn ouders. Ik kende Maarten nog van vroeger. Hij zat toen als klein jongetje aan de ontbijttafel. Met hem heb ik toen die havermoutpap gegeten. De boerderij was inmiddels gespleten in onderdelen. Dat vond ik jammer. Het was niet meer het mooie, grote bedrijf zoals het was tijdens mijn kennismaking met Loverendale. Ik heb nog wel met Maarten een rondje gewied op een nieuwe manier: hij koppelde achter de trekker een rollend wagentje, waar ik op ging liggen. Hij reed voorwaarts en ik trok links en rechts het onkruid weg. Dat ging aanmerkelijk sneller dan ik gewend was.”
“Ja, er werden daar dingen beproefd. Er verscheen bijvoorbeeld een man, die kwarts ging spuiten. Hij liep met een apparaat op zijn rug door de akkers en spoot overal die kwarts op. Dat weerkaatst zonlicht op de planten. Volgens hem vonden de planten dat fijn: die werden er gelukkig van en ontwikkelden extra kracht. Ik betwijfel of het nog gedaan wordt want ik hoor er niks meer over. Diezelfde meneer spoot ook brandnetelgier op de planten. Ook kwam er af en toe een landbouwkundig adviseur uit Duitsland, dokter zus of zo, ene Hans Heinze. Hij was betrokken geweest bij de opbouw van Loverendale en kwam de boer met raad en nieuwe plannen ter zijde staan. Wat niet zo goed lukte was de communicatie met personeelsleden. Die hadden weinig sjoege van kabouters en biodynamische landbouw. Ze kwamen daar sportkoeken bakken om geld te verdienen. Dat vond ik een ongelukkige toestand. Volgens mij is het beter om medewerkers op de boerderij te hebben, die betrokken zijn bij de biodynamische landbouw en daar het eminente en geestelijke belang van inzien. Het was niet aan mij om daar kritiek op uit te oefenen, dus ik uitte alleen maar lof. Als ik er achteraf op terugkijk, vind ik het een serieus mankement. Ik denk ook dat de boer vanwege dit personeel tegen mij had gezegd: scheer je baard af.”
“Ik had me verdiept in milieuproblemen en de boeken ‘Zilveren sluiers, verborgen gevaren’ van Briejèr en ‘Dode Lente' van Rachel Carson gelezen, die over de gevolgen van landbouwgif gaan. Ik was een stadsjongen en wist in de verte van de theorie maar hoe het in zijn werkt ging, daar had ik geen idee van.”
“Het was een moeizame strijd, zag ik wel aan Guépin en zijn vrouw. Ik had het gevoel dat ze er een beetje alleen voor stonden, en dan doel ik met name op de betaalde medewerkers die geen boodschap aan de biodynamische landbouw, laat staan de antroposofie, hadden. Ze kwamen ’s ochtends op de fiets en gingen om vier uur ’s middags weer weg. De Guépins leefden in twee werelden. Aan de ene kant het lokale personeel en aan de andere kant de adviseur, die helemaal uit Duitsland kwam. Het was ook nog een hele kleine kring waarin de biodynamische landbouw zich bewoog. Eén of twee keer per week kwam er een vrachtwagentje spullen afhalen: broden, sportkoeken en groente. Die werden naar consumentenkringen gebracht. Maar ja, die Guépins deden het wel met hart en ziel.”
“Ik vind dat zeker. De ideeën zijn heel actueel, eigenlijk nog actueler dan ooit. Het is helemaal uit de hand gelopen met het milieu. Over klimaatverandering gaf ik in 1969 al een lezing. Toen werd ik voor gek verklaard. Men geloofde gewoon niet dat de Noordpool zou kunnen smelten. Nu is dat gesneden koek, zelfs een kind weet dat de Noordpool smelt. In een kaboutermaatschappij zou dat niet gebeuren want dan leef je volgens de wetten van de natuur. Biologische landbouw is één van de factoren, die maakt dat het zo ver niet komt, dat het klimaat niet verandert, dat het prettig blijft, zoals het geschapen is voor ons.”
"De kabouter staat symbool voor de harmonie tussen cultuur en natuur. Volgens die definitie zijn mensen, die een harmonie tussen cultuur en natuur verwezenlijken, een kabouter. Het meest trots ben ik op de inspiratie, die we aan mensen hebben gegeven, om beter samen te leven met de natuur.”

“Ik vind eigenlijk dat de overheid met een ander landbouwbeleid moet komen waarmee ze de biologische en biodynamische boeren, die geen gif en kunstmest gebruiken, stimuleren. Dat is nu eenmaal niet zo dus denk ik dat het een goed idee is dat mensen, die begrijpen hoe belangrijk dit is, in de bres springen. Dat is hard nodig!”
“Het is ontzettend belangrijk. Loverendale is een baken in de strijd voor biologische landbouw. Het is een symbool: het belangrijkste en bekendste biodynamische bedrijf in Nederland en misschien ook wel buiten Nederland. Dus moet je dat steunen, als dat misgaat, is dat een domper voor de hele biodynamische beweging.”
BD Grondbeheer 0343-712080 info@bdgrondbeheer.nl
Diederichslaan 25 3971 PA Driebergen
NL32 TRIO 0198 4861 97 t.n.v. BD Grondbeheer te Driebergen