Het leven van Marie Tak van Poortvliet in een notendop

Marie Tak van Poortvliet, gaf alles aan Loverendale

Marie Tak van Poortvliet (1871-1936) was modern, revolutionair, esoterisch, vermogend en erudiet. Met haar vernieuwende ideeën en vermogen gaf ze een krachtige impuls aan moderne kunst, de eerste kliniek voor antroposofische geneeskunst en de opstart van de biodynamische landbouw. Dankzij haar inzet en nalatenschap is boerderij Loverendale in Oostkapelle de oudste nog in bedrijf zijnde biodynamische boerderij van de wereld.

Marie Tak van Poortvliet was de oudste dochter van Christina Louisa Henrietta Geertruida van Oordt (1850-1897) en Mr. Joannes Pieter Roetert Tak van Poortvliet (1839-1904), minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Tienhoven (1891-1894). Haar voorouders waren onder meer afgevaardigden van de Staten van Zeeland en grootgrondbezitters.

Vermogende vrouw

Marie groeide op aan de chique Sophialaan in Den Haag en op de buitenhuizen op het Zeeuwse eiland Walcheren. Over haar jeugd is verder weinig bekend. Ze kreeg een goede opleiding aan de HBS en op een kostschool in Parijs. Na de dood van haar moeder in 1897 zorgde Marie voor haar vader en haar psychisch zieke zusje Bé. Na de dood van haar vader in 1904 erfde Marie veel geld en bezittingen. Op 33-jarige leeftijd was Marie een vermogende vrouw geworden.

Jacoba van Heemskerck

Marie ontwikkelde een hechte vriendschap met freule en kunstschilder Jacoba van Heemskerck van Beest (1876-1923). In de winter woonden Marie en Jacoba apart in Den Haag, in de zomer waren ze altijd samen in kunstenaarsstad Domburg. Badplaatsen lijken van nature kunstenaars aan te trekken. In Domburg werd die aantrekkingskracht nog verhoogd door de ongekunstelde schoonheid van de omgeving, de bijzondere lichtval langs de kust en de weerschijn ervan over het land van Walcheren. In Domburg liet Marie in 1906 Villa Loverendale bouwen. Hier kreeg Jacoba een eigen atelier en ontvingen de vriendinnen veel kunstenaars, onder wie Piet Mondriaan en Jan Toorop. Door de financiële en ideële ondersteuning van Marie kon Jacoba zich volledig op haar autonome werk richten.

Kunstverzameling

Geïnspireerd door Jacoba’s expressionistische werk, werd Marie de eerste verzamelaar van moderne kunst in Nederland. Haar kunstverzameling, die gezien werd als zeer vooruitstrevend, omvatte in 1920 circa 150 werken van onder meer Georges Braque, Wassily Kandinsky, Franz Marc, Piet Mondriaan en van haar levenspartner Jacoba van Heemskerck. Aanvankelijk probeerden Marie en Jacoba van Domburg een avant-gardistisch cultuurcentrum te maken. Ze creëerden een tentoonstellingsgebouwtje maar veel verder kwamen ze niet.

Der Sturm

Marie en Jacoba sloten zich aan bij de Berlijnse vriendenkring van Herwarth Walden en zijn vrouw, de kunstverzamelaar Nell Roslund, waar ze open over hun liefdesrelaties konden zijn. Walden richtte in 1910 het tijdschrift Der Sturm op, dat uitgroeide tot hét Europese middelpunt van het expressionisme. In september 1913 nam Jacoba voor het eerst deel aan de een Sturm-tentoonstelling in Berlijn, georganiseerd door Walden, en meerdere tentoonstellingen volgden. Al Jacoba’s schilderijen werden via Der Sturm verkocht. Walden zag in Marie een schrijftalent en stimuleerde haar om artikelen en recensies over muziek en kunst te schrijven voor tijdschriften. Daar werd Marie heel bedreven in.

Antroposofie

In 1915 werden Marie en Jacoba lid van de Antroposofische Vereniging van Rudolf Steiner. Al sinds haar jeugd was Marie geïnteresseerd in esoterie, theosofie, vrijmetselarij en religie. Bij de antroposofie vond ze uiteindelijk de beste aansluiting. In 1919 vertaalde ze het werk van Rudolf Steiner over de sociale driegeleding van de maatschappij. Ook maakte ze kennis met antroposoof en geneeskundestudent Willem Zeylmans van Emmichoven. Vanaf 1916 betaalde zij Zeylmans’ studie tot arts en psychiater en stimuleerde hem om te promoveren op Steiners interpretatie van Goethes kleurenleer. Ze hoopte dat Zeylmans het lot van haar zieke zus Bé kon verbeteren. Ze ondersteunde hem bij de inrichting van de Rudolf Steiner Kliniek in Den Haag, waar Bé de eerste patiënte was.

Biodynamische landbouw

Jacoba had vaak last van hartklachten en mocht zich niet te veel inspannen. Toch overleed ze nog vrij onverwachts in 1923 op 47-jarige leeftijd. Na de dood van Jacoba heeft Marie zich volledig ingezet voor een vernieuwing van de landbouw. Onder de noemer Cultuur Maatschappij Loverendale startte ze in 1926 op haar Zeeuwse en Brabantse landerijen met de biodynamische landbouw, de visie van Rudolf Steiner voor een mens- en natuurvriendelijke teeltmethode. Een Jacoba van Heemskerck-museum, waar Marie van droomde, kon ze niet verwezenlijken. Uit eerbetoon aan haar vriendin bouwde ze in 1927 de Jacoba Hoeve, waar ze op een paar hectare met biodynamische landbouw aan de slag ging. Vrijwel haar hele vermogen investeerde Marie in Cultuur Maatschappij Loverendale. Na een veelbelovend begin stortte de landbouwmarkt bij de beurskrach van 1929 totaal in. Ze had geen geld meer over voor nieuwe kunstaankopen en moest zelfs bezuinigen op persoonlijke uitgaven.

Haar enige erfgenaam

In 1930 verhuisde Marie naar Zwitserland waar ze in de woning van Ehrenfried Pfeiffer, die ze had aangesteld als de directeur van haar boerderijen, een kamer betrok. Ze gaf de belangrijkste stukken van haar kunstcollectie in bruikleen aan Nederlandse musea. In 1935 legde ze testamentair vast dat de betreffende musea deze bruiklenen zouden erven. Na een beroerte stierf ze op 8 juli 1936 in Zwitserland. Naast de musea was haar enige andere erfgenaam de Cultuur Maatschappij Loverendale.

Maak Loverendale voor altijd vrij

Doe mee

Leestip:

'Alles gegeven', de biografie van Marie Tak van Poortvliet (1871-1936), geschreven door kunsthistorica Jacqueline van Paaschen, uitgegeven in 2025 door Uitgeverij Prometheus, te koop bij de betere boekhandel.

Nieuws

Lees meer

Lees meer

Lees meer